Home

Over ons

Franse Bulldogs

Pups geboren
Vorige nesten

Rasbeschrijving
Franse Bulldogs


Bullmastiff

Rasbeschrijving
Bullmastiff


Paarden

Dagboek

Gastenboek

Contact

Rip

Links


  Franse Bulldogs - Rasbeschrijving  
     
  De Franse Bulldog

Met zijn grootmoedige en zachte karakter, zijn trouwe blik en zijn onstuimige vrolijke enthousiasme heeft de Franse Bulldog iets wat moeilijk met woorden is te omschrijven. Het is een zeer levendige, gezellige huishond, lief in de omgang met kinderen en volwassenen: daardoor zal hij ook snel ieders hart winnen.

Karakter
Franse Bulldoggen zijn karaktervolle, clowneske, extraverte, vrolijke en speelse honden. Ze zijn behoorlijk intelligent en slim en kunnen zeer volhardend zijn als ze hun zinnen ergens op gezet hebben. Hoewel ze moedig, onstuimig en lichamelijk gehard zijn, blijken ze op het geestelijke vlak heel gevoelig en wordt er gezegd dat hij zich als een mens kan gedragen; stemmingen in huis voelen ze haarfijn aan en harde woorden raken ze diep in hun ziel. Eťn hard woord is voldoende om hem een beledigende houding aan te laten nemen, doch ťťn vrolijke toon en zijn olijke enthousiasme barst weer los. Hij kan ook als een klein kind zitten mokken als hij naar zijn idee niet genoeg aandacht krijgt. Ze zijn zeer aanhankelijk en worden niet graag alleen gelaten. Ze maken graag deel uit van het gezinsleven. Franse Bulldoggen kunnen wel eens jaloers zijn als de aandacht van de baas naar iets of iemand anders uitgaat. Deze honden zijn alert op wat er in hun omgeving gebeurt en ze laten hun stem beslist horen als ze onraad bespeuren. In doorsnee blaffen ze echter niet veel.

Sociale aanleg
Hij is klein van stuk, maar dapper als zijn grotere dogachtige broeders, en dit uit zich soms in enige dominantie naar andere honden. De meeste van deze honden kunnen het prima met kinderen vinden, mede door hun hoge tolerantiedrempel en hondsgevoel voor humor zijn zij prima speelkameraadjes, en doet graag mee met de soms onstuimige spelletjes van kinderen. In gezelschap van bejaarden gedraagt hij zich rustig.

Met andere huisdieren kunnen Franse Bulldoggen het meestal goed vinden. Franse Bulldoggen zijn in de regel mensenvrienden; bezoek wordt meestal enthousiast verwelkomd. Tegenover gasten toont hij zich nooit vijandelijk. Hij besnuffelt de vreemdelingen eerst en volgt hen daarna overal in huis.

Kleuren
Franse Bulldoggen komen voor in de drie door de FCI erkende kleurslagen: gestroomd, bont (wit met gestroomde platen) en fawn.

Combinaties met andere rassen:
Andere dogachtigen "begrijpen" de inborst van de Franse Bulldog het beste en zijn niet zo snel op hun teentjes getrapt. Combinaties met andere dogachtigen worden dan ook het meeste gezien.

Gebruik en activiteit
Gezelschaphond die graag op onderzoek uitgaat en van een stevige wandeling houdt, maar hoeft geen uren naar buiten. De Franse Bulldog is een hond die zich heel goed aan het leven op een flat aanpast. Hij voelt zich overal thuis.

De Franse Bulldog is bij uitstek een hondje om mee te spelen. Ballen vindt hij leuk, ook al kan hij ze niet altijd beetpakken. De meeste Franse Bulldoggen zijn geen zwemmers, maar er zijn uitzonderingen. Ook kan hij makkelijk worden meegenomen op reis, hoewel hij niet zo goed tegen de warmte kan. Laat hem dan zelf zijn hoeveelheid beweging bepalen en zorg voor een schaduwrijk plekje in de tuin of in huis. De meeste Franse Bulldoggen houden zich op warme dagen intuÔtief koest.

Gezondheid en verzorging
De gemiddelde leeftijd die een Franse Bulldog kan behalen is in de afgelopen jaren hoger komen te liggen. Was deze voorheen tegen de 10 jaar, nu ligt het gemiddelde boven de 10 jaar. Weinig gevoelig voor ziekte.

Door zijn enorme doorzettingsvermogen, aanhankelijkheid en wilskracht weet hij niet van stoppen, daarom moeten wandelingen bij extreme warmte (boven de 25 graden) kort gehouden worden. Vooral de Boule-reu, doet zijn afkomst eer aan en geeft blijk van uitzonderlijke moed, die zelfs naar roekeloosheid neigt.

Hij is zo nieuwsgierig en wil zo graag aan de verwachting van zijn baas voldoen,dat hij zich nauwelijks bewust is van de gevaren. Zijn baas moet soms zelfs ingrijpen om hem tegen zichzelf te beschermen. Door zijn korte beharing behoeft hij weinig verzorging.

Het ontstaan van het ras
Over de vraag van het wanneer, hoe, waarom en waar de Franse Bulldog is ontstaan is weinig met absolute zekerheid te zeggen. Waarschijnlijk heeft de Engelse Bulldog er wel een rol in gespeeld. Er zijn meerdere lezingen over de geschiedenis van het ras.

Toen na 1820 de hondengevechten minder populair werden en de bulldog alleen nog als huishond werd gehouden, ging men kruisen met andere, kleinere rassen, mogelijk terriŽrs. Daaruit ontstond een kleinere, gespierde hond, die zich gemakkelijker liet houden in de arbeidershuizen van de handwerkslieden in de streek rond Nottingham, waar veel kantwerkers woonden.

De aldus gefokte honden, ook wel toy-bulldogs genoemd, hadden tip-oren. Toen meer en meer machines het handwerk overnamen (industriŽle revolutie), moesten de kantwerkers en andere arbeiders uit de streek rond Notingham elders werk gaan zoeken. Velen vestigden zich in de noordwesthoek van Frankrijk rond Calais en zij namen hun honden mee.

Door verdere selectie en kruisingen met o.a. terriŽrs zouden de honden een staand oor hebben gekregen. Deze honden werden weer in Engeland ingevoerd en waren daar meteen vrij populair en ze werden al snel als Franse Bulldog door de Kennelclub erkend.

Anderen vermoeden, dat het clowneske uiterlijk van de naar Frankrijk meegebrachte hondjes ervoor zorgde, dat zij in Frankrijk al snel populair werden, vooral door hun vleermuisoren, ook wel tulporen genoemd. Door zorgvuldig fokken en opnieuw kruisen ontstond de basis waaruit de tegenwoordige Franse Bulldog is ontstaan. De Mopshond en de Belgische Griffon zouden hieraan ook hun aandeel hebben geleverd.

Vooral de introductie in Parijs werd een opstap naar verdere bekendheid in de rest van de wereld, met name Amerika en Engeland. Weer een andere mening werd door een beroemde hondenkenner uit het begin van deze eeuw verkondigd. Deze Paul Megnin ondersteunde een andere theorie, nl. dat er bij de slagers, die gevestigd waren bij de hallen van Parijs, altijd al doggen zijn geweest. Rond 1870 werden deze honden vervangen door zgn. Terrier-Boules, niet te verwarren met BulterriŽrs.

Het waren kleine, gespierde honden met gecoupeerde oren en staart, waarvan het hoofd reeds de trekken van de huidige Franse Bulldog vertoonde en zij werden ingezet als rattenvangers. Door kruisingen met Toy-Bulldoggen en mogelijk ook Mopshonden zou rond 1870 de Franse Bulldog zijn ontstaan.

Overigens lijkt het erop dat de toy Bulldog en de Franse Bulldog elkaar wederzijds hebben verrijkt. Daardoor zou het mogelijk zijn geworden om het ras te fixeren en in 1898 een officiele standaard op te stellen. Hoewel beroemde liefhebbers de bloedinbreng van de Mopshond lange tijd ontkenden, zou die wel de nogal bijzondere ogen kunnen verklaren van de Franse Bulldog.

U ziet dat er omtrent de ontstaansgeschiedenis weinig met absolute zekerheid vaststaat. Het uiteindelijke resultaat is wat voor ons heden ten dage het meeste telt: de Franse Bulldog.

De ontwikkeling van het ras
In de volksbuurten van Parijs vond men rond 1870 de liefhebbers en fokkers van het ras. Gewone mensen van bescheiden komaf, die hun fokprodukten met elkaar vergeleken. Men ging steeds meer moeite doen om het totaalbeeld te perfectioneren en er werd zelfs een vereniging opgericht.

De echte kynologische carriere van de Franse Bulldog begon pas in 1880. Er werd een vereniging opgericht die elke week een vijftigtal Parijse liefhebbers en fokkers bijeenbracht. In 1885 werd een eerste, voorlopig register aangelegd. Twee jaar later deed de Franse Bulldog (onder zijn huidige naam) voor de eerste maal mee aan een officiŽle tentoonstelling.

In 1888 werd de eerste standaard opgesteld en de belangstelling voor het ras groeide gestaag. Toch zou het nog tien jaar duren voordat de Sociťte Centrale Canine zich echt voor dit ras ging interesseren.

Een van de honden die als fokhond furore maakte was "Rabot de Beaubourg" en hij vererfde de vleermuisoren door aan zijn nakomelingen. In 1898 werd het ras officieel erkend, mede door toedoen van Baron Carayon de la Tour, die als een van de eerste aristocraten een Franse Bulldog bezat en zich er publiekelijk mee vertoonde.

De Franse Bulldog mag dan wel een onduidelijke stamboom hebben, maar het is zo goed als zeker dat hij in het Parijs van het begin van de 20e eeuw zijn eerste grote successen behaalde. Opmerkelijk is dat vooral aan de "gewone" man te danken was. Slagers en Grossiers in slachtvlees van de Parijse slachthuizen waren de eersten die de Franse Bulldog fokten. Ze werden al spoedig gevolgd door koetsiers, schoenmakers, groentenventers en zelfs politieagenten. Iedereen liep warm voor die kleine Boule (bolletje), zoals hij gewoonlijk in Frankrijk wordt genoemd. Men kwam op cafe terrasjes bijeen om de mooiste exemplaren te vergelijken. Men wisselde adviezen uit en deed vooral pogingen om de grootste puppy's voort te brengen. Zo werd de Franse Bulldog de ster van de kleine ambachten.

Zijn voorkomen, kleine formaat, opmerkelijke gang en bijzonder aanhankelijke aard ondervonden steeds meer waardering. Liefhebbers van honden met een platte snuit voelden zich eveneens tot hem aangetrokken. Zijn excentrieke uiterlijk bezorgde hem zelfs een vooraanstaande plaats in bordelen, waar hij het idool werd van de dames van lichte zeden.

De schilder "Toulouse-Lautrec maakte hem onsterfelijk door zijn doek 'Le Marchand de Marron's' ( de kastanjeventer). De Franse Bulldog veroverde met zijn charme op den duur ook de Parijse 'upperten', en zelfs koning Eduard VII en enkele groothertogen van het Russische hof vielen voor hem. Die belangstelling zou voor een belangrijk deel bijdragen tot de ontwikkeling van het ras.

Ook een zekere Gordon Benett, een Amerikaan die voorzitter was van de Franse Bulldog Club in Frankrijk heeft een grote bijdrage geleverd. Vooral de Amerikanen en de Engelsen toonden dus veel belangstelling, maar ieder voor een eigen versie van de Franse Bulldog. Deze beide stromingen hadden elk hun eigen rasstandaard met duidelijke verschillen, vooral duidelijk te zien aan de oren. Vooral door invloed van welgestelde Amerikaanse liefhebbers is de hond ontstaan, zoals hij in de rasstandaard wordt beschreven.

Deze rasstandaard werd in 1898 erkend, vooral omdat diverse invloedrijke personen als kruiwagen fungeerden. Deze rasstandaard is vele jaren, behoudens enige kleine wijzigingen, hetzelfde gebleven, maar is in 1948 door de Franse club bijgewerkt en door de Societť Centrale Canine en de F.C.I. goed bevonden. Recentelijk zijn er wederom enige wijzigingen aangebracht.

Zo is nu onder andere ook de kleur fawn toegestaan, een kleur die tot voor kort op het vasteland van Europa op een tentoonstelling een diskwalificerende fout was maar in Engeland en Amerika wel was toegestaan. Na de tweede wereldoorlog hebben landen als Engeland, Duitsland en meer recentelijk zeker ook Nederland een steeds belangrijker invloed gekregen op de vervolmaking van het rasbeeld. Was een tiental jaren geleden een Franse Bulldog met moeilijke ademhaling nog een regelmatig terugkerende verschijning op een tentoonstelling, tegenwoordig kom je dat eigenlijk niet meer tegen.

Moderne inzichten en betere selektie bij het fokken hebben deze problemen vrijwel uitgeroeid en nu scoort de Franse Bulldog erg hoog als het gaat om de gemiddelde leeftijd die de honden weten te bereiken. Die ligt momenteel boven de tien jaar!

 


     
 
© ItKin Design 2013
Home